Meld je klas aan voor de scholenwedstrijd! Zo stimuleert je leerlingen om op een creatieve manier met taal en performance om te gaan. Gemeente Den Haag, Bibliotheek Den Haag, Huis van Gedichten en het Literatuurmuseum slaan jaarlijks de handen ineen om dit stadsbrede project te organiseren. Uit elk stadsdeel kunnen twee scholen gratis meedoen!
Het doel is om op een aantrekkelijke manier met taal en optreden bezig te zijn: ”Niet om ‘de beste’ te vinden, want kunst is geen wedstrijd. Wel om zoveel mogelijk scholieren te stimuleren om creatief met taal en presentatie aan de slag te gaan. Want de liefde voor lezen, schrijven en spreken schuilt overal. In literatuur en poëzie, maar ook in liedteksten, rap en spoken word. In dichtbundels en op Instagram. Het gaat om het ontdekken en nadenken over jezelf en de wereld om je heen.”, aldus wethouder Saskia Bruines van Cultuur.
Alle Haagse VO-scholen mogen meedoen. En alle leerniveaus zijn welkom! Ook alle leerjaren, behalve het eerste jaar en de eindexamenklassen, kunnen meedoen. Per stadsdeel kunnen twee scholen gratis deelnemen. Als er meer aanmeldingen zijn, zal er een selectie plaatsvinden, waarbij een gelijke verdeling, een afspiegeling van de stad voorop staat.
‘Wat een leuke manier om leerlingen te laten ervaren dat creatief schrijven ertoe doet!
De klas ziet dit en zeker de leerling die een echt podium krijgt met een eigen gedicht.’
– Cornelie Geurts, docent van Chelsy Valentina – Jonge Stadsdichter 2023.
Van iedere school die meedoet krijgt één klas in het najaar zes gratis lessen in schrijven en performen, verzorgd door docenten van Huis van Gedichten. Ook bezoekt de klas de tentoonstelling ‘Back Street’, een literair avontuur voor Young Adults, in het Literatuurmuseum. Met dit traject worden de leerlingen goed voorbereid op de wedstrijd. Van alle deelnemende scholen staan acht kandidaten (maximaal één per school) in de finale op Nationale Gedichtendag, 28 januari 2027.
Op die dag wordt tijdens een feestelijke bijeenkomst de nieuwe Jonge Stadsdichter van Den Haag gekozen, een eervolle benoeming voor zowel de leerling als de school. De Jonge Stadsdichter zal onder professionele begeleiding een jaar lang gedichten en optredens verzorgen voor de stad.
De Jonge Stadsdichters 2026 is Lars van der Winden. Lees hier een fragment uit zijn winnende gedichten:
weet je nog
een stuk land ver ver weg
waar de wind je aait
ik herinner me gelacht tijdens het buitenspelen
speren van stokken, stenen en elastiekjes
de geur van de barbecue van de bureneen stuk land ver ver weg
de ene dag zie je een man in een strak pak
de andere dag iemand in een lekker zittende trui
iedereen is anders en heeft een eigen verhaal
we zijn als piano’s in de pauzes van de luide wereld
De klas van docent Stefan van der Kist van de European School deed mee aan de scholenwedstrijd: ‘Een docent van buiten is altijd bijzonder en heeft veel invloed. Op school lezen en analyseren de leerlingen gedichten, maar zij schrijven weinig. Door schrijfoefeningen leren zij woorden schikken, schakeren en proberen. Hierdoor krijgen zij zicht op het ritme en de kracht van taal.’
Eén van de ouders reageerde: ‘Mijn dochter kwam na de poëzie-les met enthousiaste verhalen thuis. Zij vertelde over de opdrachten en geschreven teksten.’
Stefan: ‘In de lessen van de gastdocent zat een duidelijke opbouw. De opdrachten waren gevarieerd en op niveau; iedere leerling kon uit de voeten met de oefeningen. Daarnaast was er aandacht voor elkaar. Het element van competitie sprak sommige leerlingen zeker aan, maar woorden geven aan hun beleving en gedachten, dat stimuleerde hen het meest.’
Het Jonge Stadsdichterschap is een initiatief van gemeente Den Haag, Huis van Gedichten, de Bibliotheek Den Haag, en het Literatuurmuseum.
Voor meer informatie mail naar quinten@huisvangedichten.nl
‘Een docent van buiten is altijd bijzonder en heeft veel invloed. Op school lezen en analyseren de leerlingen gedichten, maar zij schrijven weinig. Door schrijfoefeningen leren zij woorden schikken, schakeren en proberen. Hierdoor krijgen zij zicht op het ritme en de kracht van taal.’ Eén van de ouders reageerde: ‘Mijn dochter kwam na de poëzie-les met enthousiaste verhalen thuis. Zij vertelde over de opdrachten en geschreven teksten.’ Stefan: ‘In de lessen van de gastdocent zat een duidelijke opbouw. De opdrachten waren gevarieerd en op niveau; iedere leerling kon uit de voeten met de oefeningen. Daarnaast was er aandacht voor elkaar. Het element van competitie sprak sommige leerlingen zeker aan, maar woorden geven aan hun beleving en gedachten, dat stimuleerde hen het meest.’