Huis van Gedichten

Chelsy Valentina Jonge Stadsdichter 2023

Chelsy Valentina  is de eerste Jonge Stadsdichter van Den Haag. Zij is de winnaar van de middelbare scholen-wedstrijd uit alle stadsdelen van Den Haag. Het winnende gedicht “Een reis door de stad waar mijn leven compleet voelt” gaf tijdens een feestelijke finale de doorslag en zij mag zich een jaar lang de Jonge Stadsdichter van Den Haag noemen.

De finale van de scholenwedstrijd vond plaats op donderdag 26 januari tijdens Nationale Gedichtendag in de Centrale Bibliotheek. Programmamaker en schrijver Splinter Chabot presenteerde de bijeenkomst en wethouder van Financiën, Cultuur en Economie, Saskia Bruines, maakte de winnaar bekend en benoemde daarmee Chelsy tot de eerste Jonge Stadsdichter van Den Haag. De winnaar werd gekozen door een vakkundige jury met Amara van der Elst en Benzokarim, onder leiding van voormalig Dichter des Vaderlands Ester Naomi Perquin.

De finalisten van acht Haagse scholen hebben tijdens de finale hun gedichten voorgedragen. Zij hebben de afgelopen periode, onder begeleiding van Huis van Gedichten, hun werk geschreven. Tijdens de bijeenkomst was er een muzikaal optreden van Jhilani Wijsman. Ook was er aandacht voor het vorig jaar geïnitieerde Jonge Stadsdichters-Collectief. Zij gaven nu het stokje over aan Chelsy.

Chelsy Valentina Betanchourth Iza is 14 jaar en zit in 3TL van het Maris College Bohemen.

Lees hier het hele gedicht van Chelsy.

 

Uitgelicht gedicht

Verzet je niet tegen mij

Verzet je niet tegen mij, zo erg ben ik niet.
Verzet je niet tegen mij, ik was het niet.

Hoe zeer het ook mag zijn.
Hoe raar het ook mag klinken, ik ben je duivel niet.

De man in zwart, die je hart vergeet, dat ben ik niet.
Dus verzet je niet tegen mij, zo erg ben ik niet.
Verzet je niet tegen mij, ik was het niet.

Pijn is het om je te zien. Alleen in het donkerste licht.
Pijn is het om je te zien. Rennend van de man in het zwart.

Ik bedoel je geen kwaad, schrik niet van me.
Ik bedoel je geen kwaad, werk niet tegen mij.

Verzet je niet tegen mij, zo erg ben ik niet.
Verzet je niet tegen mij, ik was het niet.

De kinderen hebben allemaal iets heel eigens gemaakt en zijn daar terecht trots op. Door hun fantasie aan te spreken en daarin mee te gaan, kan Karin kan dit als geen ander bij de deelnemende kinderen naar boven halen.
— Noah van Klaveren over Buikenbeest