WIE WOONDEN ER IN DIT HUIS
EEN vraag VOOR leerlingen uit zes schoolklassen

 

Gedichten van scholieren

 

Ze stonden in lege woningen en liepen daar rond. Ze mochten alles openmaken, alles aanraken, alles wat er achtergebleven was oprapen. En in de tussentijd wilden wij dat ze nadachten over de vraag wie daar vroeger gewoond zou hebben.

Sommige kinderen woonden zelf een paar huizen verder.
Stel je het maar even voor, je bent 10 of 11 jaar. 
Je buren verhuizen, de buren daarnaast, daaronder en daarboven verhuizen. Zelf weet je dat je binnenkort ook zult verhuizen.
Of je woont een straat verder.
Je weet, over een tijdje is ook jouw straat aan de beurt.
De eerste mensen vertrekken al, sinds een tijdje.
Wel komen er nieuwe mensen in de woningen die leegkomen.
Voor tijdelijk.

Dan zou je bijvoorbeeld kunnen schrijven: